Terug naar het menu

Het gesprek

Terug naar overzicht ingezonden

De dorre woestenij strekt zich uit zover het oog reikt.
De twee zwijgzame reizigers staan pas aan het begin van hun beproeving. Licht bepakt, want deze reis zal zwaar worden, vol met voetangels en valkuilen op hun weg. Toch zijn zij vastberaden, want hun reisdoel houdt loutering in, belooft verlossing van hun twijfels en angsten.
Gesprek, illustratie.

Langzaam gaan zij op weg, onderweg hulp vindend bij elkaar. Struikelend en weer opstaand, zwaar steunend op elkaar. Ze hebben kaart noch kompas die hen de weg kan wijzen, zij zullen zelf hun weg moeten vinden. Wanneer de nacht langzaam zijn koninkrijk gevuld met onnoembare angsten opeist, zien de kwelgeesten uit het verleden hun kans schoon. Geteisterd door zelfgecreëerde demonen vervolgen de reizigers langzaam hun weg, een weg waar schijnbaar geen einde aan lijkt te komen.

Een wassende maan verlicht hun pad, onbestemde geluiden in de verte voedt de angst in hun harten, een angst die toeneemt naarmate de duisternis voortduurt. Het is die angst die hun harten en zielen vergiftigt met donkere sombere gedachten, een angst die de hun reeds aanwezige twijfels uitvergroot tot abnormale proporties, een wankelmoedigheid die zij amper kunnen uiten, het is hetgeen waarvoor zij verlossing zoeken.

De reis voert door onpeilbaar diepe ravijnen waarin zelfs overdag geen licht doordringt, over schier onbegaanbare hellingen, reeds lang door erosie aangetast, grillige rotsstructuren, die de verbeelding tarten. Overdag schijnt de koperen ploert, overal leven brengend, behalve in dit spookachtige landschap, waar alle leven reeds lang is weggevaagd. 's Nachts wordt het desolate onherbergzame terrein verlicht door een zwakke maan, die de schaduwen nog dieper schijnt te maken.

De reizigers ploeteren voort, trachten hun weg te vinden, en zijn vaak moedeloos, krachteloos. Echter, zij vertellen elkaar over hun geheime angsten en vinden zo telkens weer kracht om de reis voort te zetten, hun angsten van zich af pratend, omdat ze beiden, hoewel vervuld van twijfels, toch steeds weer kunnen leunen op een lotgenoot.

Ze passeren oude skeletten die vleesloos grijnzen naar hen, maar na verloop van tijd hebben zij geen vrees meer voor die vergeelde botten, die waarschijnlijk behoren aan hen die de reis ook ooit aanvingen maar onderweg toegaven of overmand werden door hun angsten.

Naarmate de reis voortduurt verminderen hun twijfels en angst, immers ze hebben iemand gevonden, een lotgenoot die zij hun geheime gedachten durven toevertrouwen, iemand die niet direct oordeelt, maar luistert en luistert, zonder commentaar dan bemoedigende woorden.

De reis vordert gestaag, en zonder het te beseffen naderen zij hun reisdoel. De vele gesprekken onderweg heeft hen gelouterd en verlossing geschonken. Hernieuwd vertrouwen in wat de toekomst brengen zal. De nacht komt niet meer als drager van angst, maar wordt verwelkomd als rustbrenger, een signaal om te gaan rusten.

De uitgestrekte woestenij is gaandeweg de reis veranderd in een minder desolaat landschap, her en der staan bomen die pronken met hun vruchten, kleine dieren schieten weg voor de druk pratende reizigers, grotere dieren blijven vaak wat langer staan alvorens hun weg te vervolgen.

rozenstruik Een rozenstruik bloeit en geurt aantrekkelijk. De reizigers krijgen eindelijk oog voor hetgeen hen omringt, de woestenij ligt achter hen, de herinnering eraan vervaagt snel als een boze droom. Ze zijn aanbeland in een kleurrijk landschap, gevuld met bloemen en pittoreske uitzichten. Hun reisdoel lag in henzelf besloten. Zij hebben bereikt waar zo velen naar hunkeren, een leven zonder spijtgevoelens over gemiste kansen. Een leven waarin zij weer vertrouwen hebben in hun medemens. Een leven nog steeds gevuld met twijfels, maar nu zonder een allesoverheersende angst, zonder een zelf opgelegde eenzaamheid.