Terug naar het menu

De Schreeuw 1998

Terug naar overzicht ingezonden

Mijn bestemming

  Mijn leventje was onbezorgd en fijn. Net als dat van ieder ander. Maar toen kwam het besef...

Het besef

  Hoe ouder je word, hoe meer je je gaat beseffen. Hoe ouder je word, hoe meer je waarheden en leugens ontdekt. Hoe ouder je word, hoe meer je jezelf gaat verliezen en je op zoek moet gaan naar een nieuw zelfbeeld. Sommigen lukt dat zonder veel problemen. Anderen moeten hun hele leven zoeken.
  Ik leefde mijn leven en dacht nergens lang over na. Ik was net als alle anderen. Maar de anderen gingen anders leven en ik bleef wie ik op dat moment was. Ik ontwikkelde veel langzamer. Maar in mij ontwikkelde zich iets heel snel. Het besef. Het besef in mij groeide van wat er ooit was gebeurd. Wèg was mijn onbezorgde leven. Hier kwam iets donkers en angstaanjagends. Het moest al jaren in mij leven, maar nog nooit had het zich op deze manier laten zien. Ik raakte verward en verstrikt in gevoelens en gedachten. Ik sloot me af van de mensen om mij heen. Leefde mijn eigen angstige leven. Wat ik voor ogen had, ging terug naar wat ooit uit mijn geheugen leek te zijn gewist. Wat ik nu meemaakte, waren de momenten van toen. Een paar jaar had het zich koest gehouden in mij, maar nu leek het de behoefte te krijgen zich als een razende door mijn lichaam te verspreiden. Ik was totaal overrompeld. Wist er geen raad mee. En de tijd tikte verder...

Worsteling

  Zolang het besef nog niet volledig bezit van mij had genomen, liet ik het maar begaan. Ik wist niet wat er gebeurde en wist dus ook niet dat het mijn leven in zijn greep zou krijgen.
  Pas toen het te laat was, zag ik wat er met mij gebeurd was. Het besef had zich in mij genesteld. Van boven tot onder zat ik er vol van. Ik kon geen kant op. Ik worstelde en trapte, maar kon het besef niet raken. Dat nestelde zich vrolijk nog wat meer in mij. En ik trok me meer en meer terug, want niemand mocht dit besef zien. Ik voelde me vies en smerig en stom, omdat ik met een besef rondliep wat niemand zou geloven. Dus niemand zou me kunnen helpen. En het besef lachte in zijn vuistje. Ik verdronk in een bodemloze put. Gevangen tussen vier muren. En de tijd tikte verder...

Openbaring

  Opgesloten tussen de muren van mijn kamer, deed ik wanhopige pogingen te vluchten. Wèg van het besef. Maar een uitweg was moeilijk te vinden.
  Honderden keren gooide ik het bijltje er bij neer. Evenzoveel keren raapte ik het weer op. Ik wilde weg van het besef. Ik bleef hopen een gaatje te vinden om door te ontsnappen. Met de moed der wanhoop probeerde ik het met praten. En godzijdank bleek dat mijn redding. Want besef was bang voor praten. Besef wilde alleen bij mij zijn en niet gedeeld worden met anderen. Maar ik had mijn wapen gevonden en wist van geen ophouden. Alle mensen om mij heen, alle bomen, alle planten, alle stofdeeltjes in de lucht vertelde ik over mijn besef. En ik merkte dat besef zich terug ging trekken. Ik juichte in stilte. Ik had gewonnen van het besef! En de tijd tikte verder...

Teleurstelling

  Terwijl ik juichend mijn overwinning op besef vierde, ontging mij het volgende gevaar dat op de loer lag. Besef had namelijk nog heel gemene vriendjes; beelden.
  Ik was blij dat ik de mensen verteld had over besef. Maar toen de eerste vreugde voorbij was, ontdekte ik dat besef toch nog wel degelijk aanwezig was. En wat nog erger was; hij had versterking gehaald! Het was of ik een klap in mijn gezicht kreeg. Ik dacht dat ik besef verjaagd had door te praten, maar nu bleek hij zich alleen maar tijdelijk te hebben teruggetrokken. Hij was er nog steeds, hand in hand met beelden. Nu was er niet alleen besef om tegen te vechten, maar er waren ook beelden. Pijnlijke, vernederende beelden. Ik zag het leven niet meer zitten. Tegen het besef had ik gedacht te kunnen vechten, maar hoe ik het tegen besef en beelden op moest nemen?! Ik geloofde er niet meer in. Besef en beelden nestelden zich weer behaaglijk in mij. En ik liet het toe. Want het opnemen tegen die twee zou onbegonnen werk zijn. En de tijd tikte verder...

Proberen

  Met besef en beelden in mij heb ik een poosje geleefd. Maar opnieuw was ik niet tevreden. De dingen die zij me aandeden, waren niet door mij gekozen.
  Wanhopig begon ik weer na te denken. Zou ik op deze manier door het leven moeten gaan? Ik wist dat ik dat niet vol zou houden. Besef en beelden knaagden aan mij. Om mij heen zag ik mensen een leven lijden waar ik naar verlangde. En ik zag in dat dat voor mij ook was weggelegd, maar dat ik eerst de krachten van besef en beelden af moest zwakken. Hoe ik dat precies moest doen, wist ik niet. Hoe vecht je tegen besef en beelden? Hoe wapen je jezelf daartegen? Want praten had veel voor me gedaan, maar daarmee was het verhaal niet afgesloten. Dus probeerde ik keer op keer nieuwe dingen uit. Ik vocht met alles wat ik in mij had. Soms hielp het, soms leek het alleen averechts te werken. Twee stappen vooruit, dan weer één terug. Heel vermoeiend. En soms ging ik gewoon even zitten. Zitten op de weg die ik had ingeslagen. De weg waarvan ik niet wist of ik hem af moest lopen, of dat ik terug zou gaan. Vol met twijfels plofte ik op de grond neer. Dan zag ik geen uitweg. Huilen was alles wat ik kon. Wanhopig; komt er dan nooit een einde aan? Maar als ik een poosje had gezeten, keerde de rust weer terug in mijn lichaam. Kon ik de dingen beter overzien. En op zo'n moment zag ik ook dat besef en beelden nog steeds samen waren, maar veel minder durfden te overheersen. Voorzichtig krabbelde ik overeind. Aarzelend vervolgde ik mijn weg. En de tijd tikte verder...

Ontploffingen

  Terwijl ik vol twijfel verder liep, begon de zon steeds meer te schijnen. De zon was warm en fijn en ik genoot ervan. Tot het weer ging regenen.
  Die regen maakte me echt radeloos. Steeds als ik de zon zag en ervan wilde genieten, kwam de regen weer tevoorschijn. Regen die me somber maakte en waardoor ik weer geen zin had verder te lopen. Maar ja, één ding moest ik wel toegeven; of het nou regende of dat de zon scheen, besef en angst waren een heel stuk verdraagzamer geworden. En ik begreep dat er dus een combinatie van alles mogelijk was. Als de zon scheen, kon ik me goed voelen, maar ook slecht. En als het regende, kon dat ook! En hoe de sterren ook stonden, of het nou dag was of nacht, of het regende of dat de zon scheen; besef en beelden verdwenen langzaam op de achtergrond. Met vlagen staken ze hun kop weer op. Wanneer ik ze niet verwachtte, overvielen ze mij. Het gevolg was, dat ik leek te ontploffen. Besef en beelden waren zo overheersend, dat ik alles probeerde om ze kwijt te raken. Slaan, schoppen, vechten, krabben, schreeuwen... Het leek of niets hielp. Maar ik gaf niet op. Ik was inmiddels al zo ver gekomen; ik weigerde hun te laten winnen. En meer en meer lukte het me om grip op ze te krijgen. Vaker en vaker was ìk degene die de baas was. Nooit zou ik ze nog toestaan mijn leven te beheersen zoals ze ooit deden. Het lukte helaas niet altijd even goed en dan kwam er weer zo'n ontploffing. Dan wilde ik weer opgeven en liep ik weer een stukje terug het pad af. Maar ik zag toch dat ik aan de winnende hand was, wanneer ik hoopvol over mijn schouder keek. En dan besloot ik om me tòch weer om te keren en verder te gaan op het pad waar ik ooit hoopvol aan was begonnen. En de tijd tikte verder...

Twijfels

  Het pad vervolgde zich. Op sommige punten leek het zoveel op eerdere stukken, dat ik me afvroeg of ik niet alleen maar in een kringetje rond liep. Tot ik op een dag een huisje zag.
  Zomaar opeens was dat huisje daar. Voorzichtig ging ik naar binnen. Veel keuze had ik niet, want ik kon òf naar binnen òf weer terug. Maar terug wilde ik niet. Niet nu ik zover was gekomen. En dus stapte ik het huisje binnen. Er waren twee kamers. De ene kamer lag aan de weg waar ik net vandaan kwam. De weg die ik al jaren beliep en waar ik zo vertrouwd mee was. Een drempel scheidde deze kamer met de volgende. Voorzichtig liep ik richting die drempel. Het duurde nog lang eer ik de drempel bereikt had. Dat viel me wat tegen, want ik dacht ondertussen geleerd te hebben wat grotere stappen te nemen. Daar had ik me dus mooi in vergist! Maar deze tegenslag kon ik wel hebben. Heel even liet ik besef en beelden hun gang gaan, maar al heel snel greep ik in en had ik de touwtjes weer in handen. Ik had dan ook meer tijd om om me heen te kijken, terwijl ik nog steeds op weg was naar die drempel. In die kamer zag ik iets heel wonderlijks. Waar ik ook keek, alles kwam me bekend voor. Alles had te maken met hoe mijn leven was geweest. En toen ik daar zo een beetje naar keek, voelde ik me ineens ontevreden. Was dit mijn leven? Maar het grootste deel werd ingenomen door besef en beelden! Verward stond ik ineens voor de drempel. Onthutst door wat ik gezien had, ging ik er even bij zitten. En de tijd tikte verder...

De Drempel

  Zittend voor de drempel, liet ik me even gaan. Even was het me allemaal teveel. Verward keek ik rond. Achter me die kamer met veel besef en beelden. Voor me... Ja, wat was dat eigenlijk?
  Met meer interesse nu bekeek ik de kamer die achter de drempel lag. Het was er erg donker en het sprak me ook niet echt aan. Ik vond het er maar eng en griezelig uit zien. Nee, dan die andere kamer! Daar was alles duidelijk! Dat was een kamer die ik kende! Maar toch... Die nieuwe kamer maakte me ook nieuwsgierig. Ook al was het daar donker, er waren ook hele kleine lichtpuntjes te zien. Ver weg, maar wel aanwezig. En eigenlijk ging er ook een bepaalde warmte van uit. Zou het echt zo erg zijn als het er uit zag? En die drempel waar ik nu zo rustig voor zat; kon ik die wel over? En als ik dat deed, wat zou er dan gebeuren? Ik wist helemaal niks van die nieuwe kamer. En ik hoefde mijn hoofd maar te draaien om mijn oude, vertrouwde kamer te zien. Langzaam stond ik op. Twijfelend keek ik van de ene kamer naar de andere. Nog langzamer besloot ik de drempel te beklimmen. Hij was hoog en het kostte veel kracht om boven op de drempel te komen. Nog steeds niet zeker van mijn zaak, keek ik nog maar een keer om. Weer zag ik de vertrouwde kamer, maar moest met iets van spijt toegeven dat ik zo niet meer wilde leven. Al was het nog zo vertrouwd en op een bepaalde manier veilig; ik wilde dat leven met besef en beelden niet meer. Ik wilde verder. Ook al betekende dat dat ik die donkere, nieuwe kamer in moest, waar ik de weg niet kende en niks wist over wat ik zou meemaken. Toen ik mijn hoofd terugdraaide, zag ik ineens een Schreeuw hangen. Peinzend keek ik er naar. En de tijd tikte verder...

De Schreeuw

  Raar eigenlijk dat ik die schreeuw nooit eerder had gezien. Staande op de drempel besloot ik haar eens goed te bekijken.
  Wat ik zag, bracht heel wat emoties naar boven. Daar zag ik ineens mijzelf hangen. Wanhopig schreeuwend. Schreeuwend om alle besef en beelden in mij. Schreeuwend om angst, pijn en verdriet. Op de vlucht voor wie of wat dan ook. Paniek. Eenzaamheid. Verwarring. Kleuren die de pijn uitdrukken. Het besef en de beelden. Kleuren van wanhoop en verdriet. Zoeken naar troost. Alles wat in mijn lichaam genesteld is. Al die twijfels. Maar ook; de hoop. De hoop op een beter leven. Zonder overheersende besef of beelden. Zonder angst of pijn. Verwarring of verdriet. Een leven met rust. Goede dingen. Vertrouwen. Alles wat in mij leefde was vertegenwoordigd in die ene schreeuw. En toen begreep ik het. Want die schreeuw, dat was ik. Dat was ik, in de oude kamer. Maar die schreeuw kon ik daar achterlaten wanneer ik de nieuwe kamer in zou stappen. Ik zou zelf nooit meer hoeven schreeuwen, want dat zou zíj voortaan voor me doen! Er viel een last van me af. Ik nam een besluit. Ik maakte een foto van deze schreeuw om mee te nemen in de nieuwe kamer. En met bonzend hart en toch nog met enige aarzeling stapte ik over de drempel de nieuwe, onbekende kamer in. En de tijd tikte verder... De Schreeuw van Edvard Munch

Vooruitzicht

  Het is wel erg donker hier. Nog even kijk ik over mijn schouder, maar als ik de oude kamer zie, weet ik zeker dat ik daar niet meer hoor. Nu moet ik verder.
  Daar sta ik dan. In de nieuwe kamer. Ik vraag me af waar ik nu heen moet. Het is ook allemaal zo vaag. Gelukkig zie ik nog wat lichtpuntjes. Hoewel? Sommige verdwijnen als ik ze wil pakken. Tranen biggelen over mijn wangen. Ik voel me zo bang. Besef en beelden houden zich rustig, dat wel. Maar verder? Ik weet niet wat ik moet. Even kijk ik naar mijn foto van de schreeuw. Ja, ik heb mezelf beloofd deze kamer te onderzoeken. Een glimlach krult zich voorzichtig om mijn mond. Met een resoluut gebaar veeg ik de tranen van mijn gezicht. Ik weet weer wat me te doen staat. Ik moet verder. Op zoek naar mijn bestemming. Op zoek naar rust. Verder met mijn onderzoek naar deze kamer. En ik ben heel bang, maar ik geef niet op. Ik zal vinden waar ik al die tijd al naar zoek. Het zal moeilijk zijn. Besef en beelden blijven voor altijd bij me. Maar nooit meer laat ik ze mijn leven beheersen. Aarzelend ga ik verder de kamer door. Op zoek naar de lichtpuntjes. Mijn zoektocht gaat door en ik ben blij dat ik die oude kamer achter me kan laten. Wie weet hoeveel nieuwe drempels en kamers ik nog moet doorgronden? Maar ik geef niet op. Het zal me lukken. Dit gevecht, deze strijd zal ik winnen. En de tijd tikt verder...