Chippendale

Een collega vindt dat er ook weleens over vrolijke dingen uit de school geklapt mag worden en herinnerde mij aan een voorval van een jaar geleden, waar ik nog steeds mee geplaagd word.

Met de bus meerijden om dieren op te halen doe ik nooit, ik houd me meer bezig met de administratieve kant van het asielgebeuren.

Rond de middag moest er een vogel opgehaald worden en bij toeval hadden we een boodschap te doen in "de stad", we waren druk bezig met de voorbereiding van het jubileum van onze beheerder en we moesten naar de kantoorboekhandel. Dus ik fungeerde een keertje als bijrijder, stom woord trouwens, er rijdt er maar één. Het was warm weer en loeidruk in de stad. De auto konden we natuurlijk nergens kwijt, daarom spraken we af dat mijn collega een rondje zou rijden en dat ik me in de doolhof van de bewuste flat zou wagen om de vogel op te pikken. Kooitje gepakt en op zoek.

Mijn richtinggevoel is niet optimaal en ik bleef in de trappetjes en gangetjes zoeken naar het juiste huisnummer, tot een vriendelijke man me op een gegeven moment vroeg of ik het niet kon vinden, omdat ik zo hulpeloos rond stond te kijken. Hij bracht me keurig naar het juiste huisnummer en ik belde aan. Binnen hoorde ik allemaal geluiden en het duurde vrij lang eer de deur op een kiertje werd opengedaan. Een jonge vent keek om het hoekje van de deur, zag het kooitje en zei: "Ik pak 'm even" Deur dicht, ik weer wachten tot er werd opengedaan.

Op het moment dat hij met de ene hand de deur open deed, gaf hij me met de andere hand de vogel aan. Het valt niet mee om een ochtendjas die niet dichtgeknoopt is zonder handen dicht te houden en stomverbaasd keek ik naar een privéstriptease. Ik werd niet eens rood, pakte de vogel aan, zei vriendelijk goeiendag en zocht me een uitweg uit de doolhof.

Op het moment dat ik in de bus stapte en m'n collega aankeek, realiseerde ik me pas wat voor stomme situatie dat was, al snel rolden de lachtranen over m'n wangen, tussendoor rapport uitbrengend aan m'n collega. Giebelend reden we terug naar de Oude Baan, waar ons gevraagd werd waar we zo lang bleven. Na een sappige uitleg kwamen er meer van dergelijke verhalen tevoorschijn, misschien daarover later meer van "meer ervaren rittenrijders".