Morpheus armen

Eigenlijk ben ik moe

en ik sliep al, Morpheus armen lieten me los toen de plaatselijke geinjeugd zoals gewoonlijk in het weekend mijn deurbel aan het testen ging. Pietje Bell, mijn compie, had de opdracht om klokslag middernacht ter ruste te gaan. Ook hij werd ruw gewekt, eigenwijs als hij is, vertelt hij mij dat de hersenspinsels die gaan ronddwalen in letters omgezet moeten worden voor ze mij de eer aan gaan doen te verdwijnen in het mistige achterland van de nacht die slaap hoort te zijn.

De spinsels verhullen zich in gekleurde wolken. Een grote roze die zich maar niet wil laten verjagen, de kleine cupido die er woont stikt van de lach terwijl hij z'n pijltjes af blijft schieten. Dat noemen ze nou leedvermaak.
De donderkop, de meeste nachtmaatjes kennen 'm wel, hij wacht venijnig om toe te slaan, achter hem spelen de bliksemschichten hun spel en het zware geluid zet zich vast. Het in flarden gekleurde begin van de dag, de rood- met grijstinten, de dageraad, ik hoop dat ik je niet mag begroeten strakjes. Ik wil wakker worden later, veel later, met een hemel zonder wolken.