Dertig jaar Sterretje

Niemand hoeft me er aan te herinneren hoe lang het geleden is dat mijn eerste man uit mijn leven verdween. Toch wordt dit één keer in de tien jaar per post gemeld. Voor het stukje grond wat hij in beslag neemt moet immers betaald worden. Van de week viel er post van het parochiefonds binnen, mocht het graf 'geruimd' worden of werd er weer voor tien jaar betaald?

Dertig jaar... een leven geleden en als de dag van gisteren. Ik was jong, veel te jong, mijn vriendinnen gingen uit en kregen verkering en de aanhef van mijn post werd: 'Weduwe', wat haatte ik dit woord. Geen identiteit meer voor mij, alleen een restverschijnsel. Toch, de nare herinneringen zijn weg en terugdenken aan de lieve jongen waarmee ik door de puberteit en in het huwelijk stapte laat me altijd glimlachen.

Onder de afwas na het avondeten, wat altijd een gezellig stukje van de dag was, vertelde hij dat hij het werken 's avonds voor gezien wilde gaan houden. Ik vond het ook prettiger wat meer samen te zijn, dan alleen rekening te houden met de financiën. In de zeven jaar dat wij elkaar kenden was hij altijd ook 's avonds aan het werk, behalve de weekenden en de woensdagavond, die was voor mij. Deze woensdag niet, hij moest een klus afmaken. En er kwam nog wel voetbal...

Een kus en "tot straks, ik probeer vroeg thuis te zijn, dan kan ik de tweede helft zien". De ambulancetonen klonken dichtbij, ik werd onrustig en kon me niet meer concentreren op de studie waar ik mee bezig was. De bel ging, en de huisarts en een oom stonden voor de deur. "Kees heeft een ongeluk gehad, hij is dood", zei oom met tranen in de ogen.

(Na een hele droge periode was het gaan regenen, de weg werd glad en toen hij uitweek voor een kat, raakte hij in een slip en de auto vormde zich als een schil rond een boom)

Meteen kwam mijn zelfbeschermingsmechanisme in werking, zo denk ik er achteraf over. Als ik meteen begrepen had wat dit zinnetje inhield, weet ik niet hoe ik die tijd doorgekomen zou zijn. Ik hoorde het wel, maar luisterde niet, dus het was ook niet gebeurd. Ik keek verbaasd op toen er gezegd werd dat ik beter niet alleen kon blijven en ik werd bij mijn ouders afgegeven. Waarom huilde iedereen, er was toch niets aan de hand. Het enige wat ik wilde was terug naar mijn eigen huisje, naar mijn katten en mijn eigen bed. De volgende ochtend ging ik ook, ik wilde eigenlijk gaan werken en vond het vreemd dat ik dit niet mocht.

Er moest nogal wat geregeld en beslist worden, ik was er wel bij, maar ook weer niet. Iedereen moet zo nodig langskomen, ook dit snapte ik niet. Ik moest vaak op mijn tanden bijten om niet te gillen: "ga weg, laat me toch met rust". Dan liep ik soms naar boven, stampte een paar keer kwaad op de grond en dan was het weer even gezakt.

Dan moest er natuurlijk afscheid genomen worden, echt niet. Ik heb het dan ook niet gedaan, ik had het beter wel kunnen doen, dan was het waarschijnlijk eerder realiteit geworden wat er aan de hand was. Na het 'kijken' werd er bij mij verslag uitgebracht, arme jongen, hij had er zo'n verschrikkelijke hekel aan in de belangstelling te staan.

Toen werd het zaterdag, zijn kist was bedolven onder de bloemen, het gipskruid bewoog zachtjes in een mudvolle kerk, ook tijdens de gang over het kerkhof concentreerde ik me op de bewegende tere witte bloemetjes.

In het begin kwam ik er af en toe om de rust op te zoeken, nu maar een keer in de tien jaar of zo. Moest ik de huur nog betalen of niet? Zijn ouders leven nog, met hen heb ik het ook besproken. Weg is weg en komt nooit terug. De huur is weer betaald en het geeft hem en mij rust.